Test je ook mee?
Wij werken aan een nieuwe lay-out.
Vanaf 2 april is deze beschikbaar. Wil je de nieuwe lay-out alvast gebruiken?
Test nu mee en laat ons weten wat je er van vindt!
Ik doe mee! Liever niet
Menu

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
Hallo allemaal, Na de vraag of ik zo af en toe wat tips, handigheden en moeten weten dingetjes hier wil plaatsen over paarden/pony's, begin ik vandaag maar gelijk met wat er nu speelt. De temperaturen dalen, het gras wordt minder, modder plekken ontstaan en de dagen zijn kort. Nu kan een paard heel goed tegen kou, ook kan een paard best wat regen doorstaan en in de modder red hij zich ook prima. Alleen niet als dit constant het geval is. Een paard/pony kan dan b.v. mok of rotstraal krijgen als hij hele dagen op modderige plek verblijft, rainrot ( rotten van de huid door het niet kunnen drogen) na uren/dagen in de regen te hebben gestaan, en als het tijdens flinke buien dan ook nog eens heel koud is, dan heeft je paard het echt niet fijn. Zo hebben paarden en pony's in de wintermaanden extra zorg nodig, maar vooral de juiste beschutting en rantsoen. Zo kan een boom, haag, of muurtje al voor heel wat verlichting zorgen tijdens gure wind. Zo is het ook heel belangrijk dat je paard in de winterse maanden enkele uren per dag op kan drogen bij veel regenval en dan gelijk wat op kan warmen. Ruwvoer in de wintermaanden is ook extra belangrijk. Door het voeren van extra ruwvoer krijgt het paard/pony langzame koolhydraten binnen die hij heel goed kan gebruiken om zichzelf warm te houden. Ook zie je vaak dat paarden in de wintermaanden vermageren/dunner worden. Dit is vaak te wijten aan te weinig ruwvoer en of gras, waardoor je paard of pony zich met zijn reserves (vetlaag) verwarmd. Ook is bewezen dat in de wintermaanden zand-koliek vele malen meer voorkomt dan in de winter. Dit komt doordat paarden 'tosjes" gras eten, daardoor veel zand binnen krijgen. Ook dit probleem is met voldoende ruwvoer te voorkomen. Veel mensen denken, ik geef mijn paard een warme deken , dan red hij zich wel. Helaas is dit niet helemaal correct. Een deken is een uitkomst als er veel gereden word met een paard, zodat de vacht minder dik wordt en het dier dus minder gaat zweten. Echter kan een deken nooit de originele vacht nabootsen, en zich niet aanpassen aan de wisselende weersomstandigheden en temperaturen. Hierbij heb ik ook nog een mooi stukje uit het blad BIT toegevoegd. Uiteraard is bovengenoemde ras bepalend en kan het ene dier dit alles veel beter verdragen als het andere. Hoop hiermee een heel klein stukje bij te dragen aan de paarden-hobby in Oosterhuizen en omgeving. Geniet er in ieder geval van!! Groetjes Lilian Timmer
Hieronder het recept uit een blad van Keurslager Oosterbeek voor een ouderwetse jachtschotel, lekker nu het koude weer er weer aankomt. Benodigdheden: 800 g riblappen, 4 uien, 125 gr roomboter, 300 ml rundvleesbouillon, paar laurierblaadjes en kruidnagels, paar grote zure appels in plakken, 1 kg zoete aardappels geschild, 50 ml volle warme volle melk, 2 theelepels grove Zaanse mosterd, 2 eetlepels warme appelstroop. Oven voorverwarmen op 200 gr. Uien in roomboter in braadpan glazig bakken. Riblappen rondom bruin bakken. Bouillon en kruiden toevoegen en met deksel op de pan 2,5 uur op laag vuur laten sudderen. Of in oven van 110 gr. Kook de aardappelen gaar, en houd er twee apart, snijd er plakjes van. Maak van overgebleven aardappels en melk een luchtige puree, op 't laatst mosterd erdoor. Schep de helft van de inhoud van de braadpan in een ovenschaal en verdeel er de helft van de appelplakken over. Schep daarop de helft van de zoete aardappelpuree. Herhaal dit nog een keer en bedek schotel met plakjes aardappel. Schotel nog 30 minuten in warme oven en voor opdienen versieren met warme appelstroop. Eet smakelijk! En als je vlees van Jaap Oosterbeek koopt is het rundvlees van mijn zwager Peter en zus Annemarie (Vleesvee Integratie Twente), een heel lekker en verantwoord stuk rundvlees van de Blonde d' Aquitaine koe, de Limousin of de Belgische Blauwe.
Henny Vels, muzikaal genie! Bericht van Tonnie Brakke over Henny Vels, dat ik met veel plezier met jullie allen deel: 'Henny Vels. Daar hebben we even over gepraat toen je hier was. Ik zou je daar toch iets over willen vertellen, omdat misschien niet iedereen in Oosterhuizen dit weet. Henny Vels, inwoner uit ons dorp, maakt theaterproducties. De productie die hij dit jaar maakt, en die op 4 october 2014 wordt uitgevoerd in Orphuis, is een monster mooie productie met het Apeldoorns Accordeon Orkest [AAO] en tientallen jonge talenten die een solo-optreden krijgen. En niet te vergeten het optreden van het Oosterhuizens Mannnenkoor. Naast accordeon zijn er ook hout- en koperblaasinstrumenten en slagwerkers in het orkest aanwezig. In het totaal zullen er 250 mensen op het podium staan. Alleen al vanwege dit grote aantal is het een record in de theaterwereld. Buiten dit alles, is deze muzikale kronkel ontstaan in het brein van Henny Vels. Hij weet de mensen om hem heen te bezielen en deze prestatie te doen slagen. Ik zou er meer over willen zeggen maar dan schieten mijn woorden te kort. Ik vind het een bijzondere prestatie van Henny Vels. De uitvoering van 4 oktober zou eigenlijk geen inwoner van Oosterhuizen mogen missen. Want ze kunnen daarbij kennis maken met een bijzondere inwoner van Oosterhuizen. In de muziekwereld is het een prestatie van formaat en Henny Vels is met eer bekend in deze Nederlandse muziekwereld.'
Waterput van Oosterhuizen Na de Napoleontische tijd reed de diligence van Apeldoorn naar Beekbergen, de Smittenberg, naar Zutphen en naar Brummen. De Smittenberg was indertijd een grote halteplaats van de diligence. Van de Smittenberg naar Brummen en Zutphen waren er meerdere halteplaatsen. Een daarvan was in Oosterhuizen, namelijk in ons bos. Ik heb dat als overlevering gehoord van mevrouw T. Reinders. Haar overgrootouders hebben op onze grond, waar de waterput nog steeds te zien is, de diligence en de reizigers van water voorzien. Er was een onderkomen, waar de familie woonde. Al het toenmalige verkeer passeerde deze plek met waterput. Met een grote waarschijnlijkheid was deze waterput al voor de Napoleontische tijd in gebruik. Verderop in de bossen van Oosterhuizen ligt namelijk een grote Franse verdedigingslinie. Daar hebben ze zeker water nodig gehad. Deze verdedigingslinie is ook nu nog te zien in de bossen van Oosterhuizen. Na het ontstaan van de Beekbergense Enk en ontginning, gebruikte men de bosgrond om een extra humuslaag aan te brengen op de ontgonnen grond. Uit ons bos is toen ook humus gehaald. De waterput is nog steeds te zien, dus hij was ook in gebruik na de ontginning. Na de ontginning ontstond in dat gebied een heidelandschap. Rond 1910/1920 heeft de grootvader van de familie De Groot, op de Wittekruisweg, op ons terrein het beuken- en dennenbos aangezet. Dit is een bijdrage van Tonnie
Beekbergerwoud: terug naar het oerbos Het Beekbergerwoud was een bos van wel 8000 jaar oud. Het laatste oerbos van Nederland werd in 1871 ontgonnen door Barend van Spreekens, die het oude elzenwoud in 1869 had gekocht voor 111.005,61 gulden. Landbouwgebied leverde meer op dan bos. De topografische kaart uit 1851 laat nog een organisch lijnenspel zien; in 1877 is het gebied in rechte lijnen verkaveld. Ooit was het een sprookjesachtige wildernis, met zwarte elzen, essen, eiken en beuken. En vele diersoorten, vogels en vlinders. Natuurmonumenten wil het terrein omvormen tot een natuurgebied; een nat bos met poelen, moeras, horsten, en veel verschillende planten en dieren. Machines graven het terrein (opnieuw) af om de gewenste vernatting te realiseren.
Koninklijk koetshuis Op de boerderij van familie Eikendal aan de Wittekruisweg stond in de 19de eeuw de plaggenhut van Marinus Ploeg. Marinus trouwde in 1850, werd koetsier voor de Oranjes en bouwde zijn eigen boerderij. In het koetshuis stonden paard en rijtuig van koning Willem III, die zich vanaf paleis het Loo met een tussenstop bij de Woeste Hoeve regelmatig door Ploeg naar Arnhem liet rijden. Het echtpaar Ploeg had twee zonen Marinus en Jan. Marinus bleef vrijgezel en na zijn dood kwam familie Eikendal op de boerderij. Eikendal was handelaar, zijn zoon en diens zoon Ruth, op de foto voor het voormalig koetshuis, waren landbouwer. Kleinzonen Rik en Mark, van Ruth's zoon Dirk Jan, hebben het koetshuis omgebouwd tot een bar met zithoek. Jan Ploeg, broer van Marinus, kreeg samen met Marie de Groot, dienstbode van de familie, kinderen Gaart en Riek. Zij, en daarna Gaart met vijf kinderen, woonden op de plek waar familie Van Emmerik nu woont.
Roomsche berg: van kerkenpad naar golfbaan De katholieken waren na de Reformatie aangewezen op schuilkerken. In Loenen was er in kasteel Ter Horst door de familie Hackfort een schuilkerk ingericht. De Roomsche berg in Oosterhuizen was de plek, zo zegt men, waar mensen elkaar ontmoetten om samen naar de mis in Loenen te gaan. In 1843 kregen alle godsdiensten gelijke rechten en in 1949 konden de katholieken in Loenen hun eigen kerk openen. Apeldoorn kreeg in1843 al de Mariakerk. De berg is een stuwwal uit de ijstijd en is, net als de Scherpenberg en de Immenberg, door stuwende ijsmassa's ontstaan. Nu is het een plek om te wandelen, te fietsen of een balletje te slaan op de golfbaan.
Van ophaalbrug naar vaste brug Het was koning Willem I die in 1858 het 55 km lange kanaal van Apeldoorn naar Dieren liet graven. Het kanaal naar de IJssel bij Hattem was al in gebruik. Er lagen in die tijd 42 beweegbare verkeersbruggen en twee beweegbare spoorbruggen over het kanaal. Trekschuiten werden langs het jaagpad getrokken door paarden. Op die paden fietsen we nu. In1940 werden alle bruggen door de Duitsers opgeblazen, in de oorlog hersteld en in 1945 weer vernield. In 1946 was het kanaal weer bevaarbaar. Tot in 1972, toen trein en vrachtwagen het transport definitief overnamen en bruggen vaste bruggen werden. Hartger Kruimer was vroeger brugwachter bij de Oosterhuizense brug. Op de foto de oude brug, op schaal nagemaakt door Henk Wilbrink.
Albameer: van zandwinning naar eendenplas Het Albameer aan het kanaal bij de Scherpenbergh is ontstaan door zandwinning. Kalkzandsteenfabriek 'De Alba', opgericht in 1906, was jarenlang verantwoordelijk voor zandwinning en productie van stenen. Alba betekent ook wel 'witte heuvel'. Witte stenen dus, gemaakt van zand, water en ongebluste kalk. De kalk kwam met een treintje uit Duitsland en de stenen werden via het kanaal, met eigen schepen, afgevoerd. 43 medewerkers werkten er, voornamelijk uit Klarenbeek. De huizenrij naast het meer werd in 1913 gebouwd, voor medewerkers van de fabriek. In het huis aan het meer wonen Theo en Riet Kleverwal. Het meer is 35 meter diep en een thuis voor vele watervogels. Rond het meer is het mooi wandelen; zwemmen en schaatsen zijn verboden. Er zijn vier mensen verdronken in het meer.
Jaarlijks trekken wij als vrouwen van Oosterhuizen er een middag op uit met onze trekkers. Een mooie route, een gezellig stel vrouwen en iets lekkers mee voor onderweg, want gezelligheid is de reden dat Aait Vedan, de damestrekkertocht, bestaat! Als buurvrouwen (Annie de Groot en Hanneke Stegeman) begonnen we in 2007 met het initiatief. Omdat we allebei graag trekker rijden en toevallig een fraai exemplaar in de schuur hadden staan. Maar vooral omdat het gezellig is, zo samen op stap. Er bleken meer vrouwen te zijn die het leuk vonden mee te rijden. Er kwamen heel wat stoffige old timers uit de schuren, en als je er zelf geen had viel er altijd wel iets te lenen of werd er nog eentje op de kop getikt. Want de nieuwe inwoners van het dorp wilden ook wel mee. En dat is nou juist het leuke van deze middag. Oud, jong, dik of dun, alles rijdt samen. Dat geeft een mooie dynamiek in het dorp! En in de omgeving natuurlijk, want onderweg trekken we veel bekijks. Gemiddeld rijden er zo'n 15 a 20 dames mee. Eén vrouw op een trekker snapt men nog, maar als voorbijgangers zien dat het alleen maar vrouwen zijn, zie je een grote smile op hun gezicht verschijnen. Grappig om te zien. Dus koffie mee in de bak en rijden maar. Het is steeds een ander groepje die de route uitzet. Meestal zo'n 30 km vanuit Oosterhuizen. Zoals rond Klarenbeek, Loenen, Voorst, Beekbergen, Ugchelen, Kootwijk, Teuge, Hall en veel kleinere dorpen ertussen. Je komt op de mooiste plekken. Start is bij de firma Domatrac aan de Veendijk. Altijd op de laatste zaterdag in september. Andries Dolman rijdt, als enige man, mee met een aanhanger om achterblijvers met pech mee te kunnen nemen. Dat is gelukkig nauwelijks nodig geweest. Verkeersregelaars (Hendrik en Jan en Hans) springen dapper op drukke wegen om de dames veilig over te loodsen. De eerste jubileumtocht in 2012 ging via de Hooilanden en de Ecofactorij langs vliegveld Teuge en via Klarenbeek weer terug. Als extra feestelijke afsluiting hebben we die dag samen met gezinnen gegeten in de Dorpshuis. Met een kleine bijdrage van de Dorpsraad konden we toch het inschrijfgeld op 5 euro pp houden. Aait Vedan, de naam zegt het al, zal hopelijk nog lang blijven toeren over de Veluwe!
Pagina's (1): 1