Menu

X Omdat je bent ingelogd zie je op deze pagina de berichten uit al je groepen. Alleen jij ziet deze informatie.

Buurtverhalen

Hieronder staan alle verhalen of blogs die je buurtgenoten op de site plaatsten. Ze zijn blij met jouw reactie!

Pagina's (1): 1
Titel Omschrijving
In ‘t zonnetje: Oranje Comité Oosterhuizen De Oranjevereniging, opgericht in 1932 als een vereniging voor Klarenbeek en Oosterhuizen, gaat in 1962 verder als Oranje Comité Oosterhuizen. De club van 10 mannen wordt voorgezeten door Hans Schroven. Zelf lid sinds 2001, volgde Hans ongeveer 14 jaar geleden Henk de Groot jr. op als voorzitter van de Stichting Oranje Comité Oosterhuizen. Het Comité probeert jongelui uit Oosterhuizen die binding hebben met het dorp te interesseren in de organisatie. “Jonge mensen erbij is altijd goed. De jonge jongens in de club zijn zo handig met computers, dat zie je dit jaar ook aan het mooie boekje”. Na een 40 jarige samenwerking met de Familie Steenbergen is het Oranje Comité dit jaar voor het eerst weer alleen verantwoordelijk voor de gehele organisatie van de Pinksterkermis. “Het was lastiger dan we voor ogen hadden”, zegt Hans. “Vooral de contacten met de kermis exploitanten bleek een uitdaging omdat in al die jaren geen namen, geen contactgegevens waren genoteerd. Weet de juiste mensen dan maar eens te vinden.” Anders dan de vergaderingen van de vereniging, die sinds de allereerste begin woordelijk werden genotuleerd. Trots laat hij mij het gekoesterde boekje zien. “Kun jij ontcijferen wat hier staat?” Een boekje met een keurig handschrift, kenmerkend cursief, geeft inzicht in het oorspronkelijke doel van de vereniging. “Iets karakteristieks organiseren, sportief en sociaal, voor en door het dorp en de kinderen van de basisschool”. In een tijd waarin er verder weinig vermaak was, was de introductie van de pinksterkermis door het Comité een zeer welkome afleiding. Ook Hans herinnert zich: “Ik keek er als klein kereltje ook zeer naar uit om naar de kermis te mogen gaan”. Inmiddels een ware Oosterhuizense traditie, de jaarlijkse pinksterkermis weet niet alleen de kinderen maar ook de volwassenen van ons dorp te enthousiasmeren. Voor de kinderen de kermisattracties, voor de volwassenen de muziek en gezelligheid onder genot van biertjes in en om de tent. De opzet van de kermis is sinds jaar en dag hetzelfde. De vrijdag begint met activiteiten voor de kindjes van OBS Oosterhuizen in de grote tent en wordt afgesloten met het vogelschieten. Het Oude Veen levert flink wat schutterskoningen. “Vorig jaar was het Ruben Brinkhuis, Bennie Jansen is het twee keer geweest, Wilbrink, Heuvink ook eens. Wanneer ben ik eens aan de beurt?” vraagt Hans zich hardop af. Het vogelschieten is altijd een onderdeel geweest, net zoals de rommelmarkt en de feesttent. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. “Behalve de dansstijl” zegt Toos. De zaterdag begint met een trekkertocht voor oldtimer tractoren en in de middag mogen de sportievelingen volleyballen of touwtrekken. De dag wordt afgesloten met muziek. Maandagmorgen, voordat onze hanen kraaien, is er al activiteit aan de Kattenkuule. Als vast onderdeel van het pinksterweekend trekt de rommelmarkt van heinde en ver mensen aan om spulletjes te kopen of juist van de hand te doen. De vroege vogels, waaronder vaak de handelaren, worden beloond met de betere hebbedingetjes. Waaraan gaan we merken dat de Oranje Comité het dit jaar zelf doet? Wat is er anders? “Er is een professionele slag gemaakt. We krijgen een hele nette toiletgroep, er is beveiliging en de feesttent zelf gaat zeker opvallen, die is echt mooi! En ook waterdicht, een vereiste voor de muzikanten en hun instrumenten bij slecht weer. Het ziet er gewoon strakker uit” legt Hans trots uit. “We hebben geen intentie om het te laten groeien. Dat zie je bijvoorbeeld in Klarenbeek waar ze met een veel groter budget werken. Dan moet er al gauw sprake zijn van een semi professionele organisatie, en dat willen we niet. De wens is een kermis die voor iedereen toegankelijk is. Dat is de reden waarom we geen entree heffen.” Over het algemeen verloopt het weekend rustig en is er in al die jaren nooit een noemenswaardig incident of voorval geweest. Daar is Hans trots op. “Er is in al die jaren nooit politie te pas gekomen. Het gekste wat we ooit hebben meegemaakt, was een incident uit een tijd waarin mensen nog niet volledig de gevaren inzagen van het met alcohol achter het stuur kruipen. Toen kwam er een kermisbezoeker met zijn auto midden in de nacht onder te stoomtrein. Zijn auto kwam volledig total loss in het gat terecht, links onderin de wei. De betreffende bestuurder was gelukkig op tijd uit zijn auto gekomen maar moest vervolgens twee dagen onderduiken om uit het zicht van de politie te blijven.” Een fantastische traditie die het dorp rijk is, dankzij de organisatie van de mannen van de Oranje Comité Oosterhuizen! Oosterhuizen, 13 mei 2018 Gülsah van den Heuvel-Cebe Buurtverbinder OnsOosterhuizen.nl Je vindt het inschrijfformulier voor het vogelschieten op onze site OnsOosterhuizen.nl.
De bevrijding van Oosterhuizen‘Met een oranje strik in mijn haar stond ik te kijken naar alle Canadezen die voorbij reden.’ Mijn moeder, Hanna Reuvekamp – Wilbrink kan het zich nog goed herinneren. Aan het eind van Het Oude Veen bij de Molenberg stond ze samen met iedereen uit ons dorp te kijken. Ook de nog in Oosterhuizen aanwezige evacués op dat moment waren erbij. Oosterhuizen was bevrijd! Het was op de verjaardag van haar jongere broer Hans die op die dag 6 jaar was geworden, dinsdag 17 april 1945.De bevrijding van Nederland begon in het zuiden van het land. Al in 1944 kwamen de geallieerden Nederland binnen en aan het eind van dat jaar waren ze gekomen tot de grote rivieren. Zo waren onder andere Den Bosch en Nijmegen dat jaar al bevrijd.Na het Rijnland offensief in 1945 lukte het om de Rijn over te steken en eind maart bereikten de Canadezen de Achterhoek. De Achterhoek en ook Overijssel en Drenthe werden in korte tijd bevrijd. Naar het westen was de IJssel nog een barrière die genomen moest worden. Dat lukte op woensdag 11 april, toen staken de Canadezen de IJssel over bij Gorssel. Snel trokken ze in westelijke richting en zo werd Twello op donderdag 12 april bevrijd.De volgende waterhindernis die de Canadezen tegenkwamen was het Apeldoorns kanaal. Onder andere. de Deventer brug in Apeldoorn was inzet van de strijd. Er waren hevige gevechten op zaterdag 14 april. Door het mislukken van deze aanvallen hadden de Canadezen de indruk dat Apeldoorn hardnekkig zou worden verdedigd. Het aanvalsplan werd daarom aangepast. Er werd besloten dat Apeldoorn ook vanuit het zuiden, dus vanaf de kant van Beekbergen moest worden aangevallen. Daarbij zou zware artilleriebeschieting moeten worden ingezet.De Duitsers hadden de bruggen over het kanaal die nog intact waren opgeblazen bij het naderen van de Canadezen. Op zondag 15 april hadden de Canadezen de oostkant van het kanaal bereikt. Om over te steken moest er nu eerst een brug worden aangelegd.Al eerder in de winter 1944 - 1945 hadden de Canadezen de kanaalovergang Klarenbeek – Loenen als een belangrijk kruispunt van wegen oost – west en noord - zuid bestempeld. Daar werd dan ook de brug gebouwd, een Class 40 Bailey brug, die op maandag 16 april om 22.30 uur klaar was.In Dieren was er door burgers bij de sluis een overgang over het kanaal gemaakt die geschikt was voor kleinere voertuigen. Op maandag 16 april ’s morgens kon daar de Saskatoon Light Infantery (S.L.I.) het kanaal over. Dezelfde ochtend werd er al een grotere brug geplaatst. In Dieren waren geen Duitsers meer aanwezig. Onmiddellijk werd er verkend richting Laag Soeren en langs het kanaal tot het belangrijke punt bij Loenen. De Saskatoons gingen verder verkennen richting Oosterhuizen.Zo kwamen de Canadezen op 16 april voor het eerst in Oosterhuizen. Volgens Gerrit Gorsseling (Gaart van Jan) kwamen er wel 20 gevechtswagens vanaf Loenen langs het kanaal via de Achterste Kerkweg Oosterhuizen binnen. Op het kruispunt met de Molenberg hebben ze even stil gestaan en vervolgens reden ze weer terug via de Veendijk.Mijn vader, Lammert Reuvekamp, zag 3 Canadese gevechtswagens die ‘een rondje rond de school reden’, vanaf de Achterste Kerkweg via een weg die er nu niet meer is (van de Achterste Kerkweg tot aan Het Oude Veen langs het terrein van de school) reden ze door Het Oude Veen en via de Molenberg gingen ook zij weer terug. De Canadezen zagen bij deze verkenning vanaf de driesprong Het Oude Veen / Molenberg richting Lieren twee roadblocks zoals het in de verslaglegging van de S.L.I. is vastgelegd. Op het moment van deze verkenning waren er nog Duitse soldaten in Oosterhuizen, zij bevonden zich o.a. in loopgraven langs de Molenberg in het weiland net buiten het huidige bord van bebouwde kom Oosterhuizen. Een half uur later stonden zij bewapend met pantservuisten te wachten tot de Canadezen weer zouden komen. Mijn vader zag dat ze zich verscholen achter de heg bij de Hollander aan Het Oude Veen (nr. 18), hij kon dat goed zien vanaf ons erf. Ook bij Gorsseling aan de Molenberg achter de heg en in de schuttersputten stonden de Duitsers te wachten, maar die dag kwamen de Canadezen niet meer.Voor de mensen uit de buurt was er alle reden om de nacht door te brengen in de schuilkelders. Gerrit Gorsseling is die nacht wakker gebleven en was op de deel toen hij gerommel hoorde, de volgende dag bleek dat er granaat inslagen waren in een boom op hun erf en in de tuin bij de Hollander aan Het Oude Veen, waarbij al het glas van de kas sneuvelde.De volgende ochtend, dinsdag 17 april kwamen de Canadezen van de Princess Patricia’s Canadian Light Infantery (PPCLI). Dit was een ander legeronderdeel dan de verkenners van de dag ervoor. Honderden tanks kwamen uit het bos via het Pompje Oosterhuizen binnen en reden over de Molenberg richting Lieren. Daarbij moesten ze de tankval omzeilen die door de Duitsers was aangebracht op de Molenberg vlakbij de boerderij van de fam. Gorsseling, maar door het droge voorjaar konden ze zo over het land rijden, waarbij ze wel dwars door de heg gingen.Op verschillende plekken waren nog Duitsers aanwezig die gevangen werden genomen. Er waren twee Duitsers bij de barakken bij de school (die barakken stonden daar vanwege de inkwartiering van 1940) en op aanwijzingen van mensen uit de buurt en met behulp van een evacué die Engels sprak werden 8 Duitsers gevangen genomen die zich verscholen in een schuur bij de boerderij van de familie Gorsseling aan de Achterste Kerkweg, dat is de boerderij met de grote linde. Tenslotte werd een doodsbange Duitse soldaat gevonden in de oudpapierbak bij de school.De Canadezen hebben die dag ook Lieren, Beekbergen en Apeldoorn bevrijd. Uiteindelijk waren er geen gevechten nodig om Apeldoorn te bevrijden. Het was mensen van het verzet gelukt om de Duitse soldaten zichzelf over te laten geven. Die soldaten hadden de opdracht om de Deventer brug op te blazen bij het naderen van de Canadezen. Apeldoorn kon worden bevrijd zonder veel doden en gewonden en zonder veel schade aan het dorp.Mien Berends – de Hollander herinnerde zich de bevrijding van Oosterhuizen goed en heeft de tekst van het lied dat meester Munster na de bevrijding heeft geschreven altijd bewaard. Ze kon het ook nog heel zacht zingen en de melodie was herkenbaar. Het was gemaakt op de wijze van God Save the Queen. Nu kennen we dat als het Engelse volkslied, maar tot 1980 was dit ook het officiële Canadese volkslied.De zeventiende aprilWat was het toen nog stilHoe mooi de natuurIn het vroege morgenuurKwamen de bevrijders hierWat hadden wij een groot plezierDat vergeten wij nooit O Canada mooi landWij reiken u de handVer overzeeWij leden door de strijdMaar gij hebt ons bevrijdWij danken u ten alle tijdDriewerf hoeraOp deze kaart is in beeld welk deel van Nederland bevrijd was net voor de bevrijding van Oosterhuizen. Het is een screenshot van een animatie van de bevrijding van Nederland 1944 - 1945 van NIMH, Nederlands Instituut voor Militaire Historiehttps://www.youtube.com/watch?v=MBXKiWvA5isBronnen:De site Apeldoorn en de Oorlog van de Stichting Bevrijding ‘45Canadezen in actie – Hen Bollen en Paul VroemenInformatie van P. Boesveld uit TwelloInformatie van dhr. Ham van het Bevrijdingscomité Beekbergen Lieren OosterhuizenInformatie van Gerrit Gorsseling, Hendrik Gorsseling, Mien Berends – de Hollander, Ploon Viets – de Hollander, Hans Wilbrink, Hanna Reuvekamp – Wilbrink, Willie Reuvekamp, Lammert Reuvekamp en Dinie Vriezekolk – Reuvekamp. Allen woonden zij bij de bevrijding in Oosterhuizen.
Juf Steenbergen, altijd al juf in Oosterhuizen ‘Voor mij is elke dag een feestje, ik zou hier niet meer weg willen, voor geen goud.’Juf Steenbergen, zo kennen we Toos Steenbergen in Oosterhuizen. Een juf die haar sporen in het onderwijs dik verdiend heeft en meerdere generaties Oosterhuizenaren leerde lezen, weet van geen ophouden en werkt nog steeds op obs Oosterhuizen. Gelukkig maar, want wat is onze school zonder juf Steenbergen.Juf Steenbergen is de eerste inwoner van Oosterhuizen die we als buurtverbinders interviewen voor de rubriek ‘In het zonnetje'. Omdat ze het verdient, en omdat we menen dat ook de nieuwe inwoners van ons dorp deze bijzondere juf zouden moeten kennen. Het liefst zouden we alle juffen en meesters interviewen maar we moeten ergens beginnen.Als je kersverse echtgenoot werkt in Arnhem en woont in Apeldoorn, en jij bereid bent om te verhuizen naar de Veluwe, dan ga je samen wonen in Oosterhuizen. Op een plek bij Apeldoorn, waar je je eigen huisje kunt bouwen. Dat was voor Toos Steenbergen-de Groot de start in ons dorp.Het is 1939 als Toos de Groot wordt geboren in Breda. Voordat ze in 1966 naar de Veluwe kwam, werkte Toos als onderwijzeres in Brunssum. En net voordat ze in Maastricht aan de slag wilde, ontmoette ze haar man Cor Steenbergen, tijdens een bijeenkomst in Utrecht. Ze verhuisde naar Oosterhuizen en Toos kreeg een baan bij de School aan de Eendrachtstraat no 19. Eenmaal in verwachting van hun eerste baby, stopte ze met werken. Dat ging zo in die tijd. En oppas was ook al niet makkelijk te regelen. In 1972 begon juf Steenbergen als invalster op obs Oosterhuizen, als vervangster van iemand met zwangerschapsverlof. Toos had inmiddels twee dochters en mevrouw Capel kon oppassen. Maar als het niet anders kon, ging de kleine Annemarie gewoon mee naar school, en sliep op een matrasje in de klas. Ook dat kon in die tijd.‘Begin jaren 90 werd hoofdmeester Bruins opgevolgd door juf Janny de Jongh. Bruins staat bekend om zijn begeleiding van kinderen die extra aandacht nodig hadden. Kinderen kwamen van heinde en ver naar onze school. Hij had een groot hart voor probleemkinderen en gaf tot op hoge leeftijd bijles thuis. In het team was er afstand tot het hoofd van de school. Er was geen overleg, de directeur besliste. Met de komst van juf de Jongh veranderde dat. Er brak een tijd aan waarin het team centraal stond, met een sfeer van het samen doen, en vertrouwen in elkaar. Ook in deze tijd kregen kinderen de aandacht die ze verdienden, maar een verwijzing voor sommige leerlingen naar speciaal onderwijs pakte ook goed uit. In deze tijd veranderde de rol van de gemeente, toen werkgever van het openbaar onderwijs; een school kreeg jaarlijks een budget en daar moest je het mee doen. In de periode daarvoor stuurde je de rekeningen naar de gemeente en had je er als school verder geen omkijken naar.’‘De school was, net als nu, betrokken bij de buurt, en de buurt bij de school. Dat is het mooie aan een dorp, met een kleine school, waarin je elkaar kent en de sociale controle in positieve zin een rol heeft’, zo gaat juf Steenbergen verder. ‘Ik ken de families, en heb meerdere generaties leren lezen. Neem bijvoorbeeld Gerrie Kuiper, ik had haar in de klas en daarna dochter Kim Hertgers, en nu Kim’s zoon Sven van Gerrevink. Ik vind het bijzonder dat ik vele kinderen heb kunnen leren lezen. Dat vind ik de basis van waaruit kinderen zich verder kunnen ontwikkelen. Ik geef nog steeds bijles op school en daar geniet ik erg van. Ik kan de kinderen zo toch nog iets meegeven. En er is waardering van het team, voor wat je doet. Dat is al zo sinds Janny de Jongh hoofd van de school is. Dat is haar grote verdienste.’‘De saamhorigheid in het dorp is groot. Daar ben ik blij mee. Als het stormt, belt de buurvrouw of ik boodschappen nodig heb. Een buurman sluit de kranen af in de winter, en ik heb hulp bij de ramen. De jongens van Capel verzorgen de tuin. Zo kan ik fijn blijven wonen op mijn eigen plekje. Ik heb mijn auto verkocht en doe alles op de fiets. Toen ik laatst van de tandarts terugkwam, was het al donker. Het fietspad langs het kanaal was slecht verlicht. Ik ben gaan lopen omdat ik bang was dat ik het kanaal in zou fietsen. Er stopten meerdere voorbijgangers, met de vraag of ze iets voor me konden betekenen. Heel vriendelijk allemaal. Ik heb de Dorpsraad gevraagd of er iets aan gedaan kon worden. Karin van Essen pakte het op en in mum van tijd stonden er lantaarns langs het fietspad. Niet teveel maar toch, er wordt naar je geluisterd. Dat zijn de fijne dingen van het platteland. Maar de wereld wordt wel individueler. Het is zaak om de nieuwe inwoners erbij te houden. Saamhorigheid is belangrijk; je wilt hier allemaal op een goede manier oud worden.’‘De buurtsite onsoosterhuizen.nl volg ik trouw en ik lees alle berichten. Zoals ik al eerder zei, zou ik het op prijs stellen als er ook familieberichten geplaatst zouden worden. Zodat je weet wie er geboren wordt, en waar mensen overlijden. Zodat je er eventueel langs kunt gaan. In de Stentor staat ook niet alles meer. En bovendien wordt de krant minder gelezen.’Oosterhuizen, 11 april 2018Hanneke Stegeman, buurtverbinder onsoosterhuizen.nl Ps. Het lukte me niet om Toos te zeggen. Ik had het me wel voorgenomen. Ik vind het zelf ook prettig als mensen je en jou tegen me zeggen, zeker nu ik ouder word. Maar Toos Steenbergen-de Groot is en blijft juf Steenbergen, en daar zeg je gewoon U tegen. Om wie ze is: een bijzondere en kranige dame! Dat juf Steenbergen nog maar lang en gelukkig in Oosterhuizen mag wonen! De volgende personen die we gaan interviewen zijn Hendrik Groeneveld en de heren van het Oranjefeest. Wordt vervolgd!
Pagina's (1): 1